Reünie Lyceum Borgerhout

Inloggen

Geschiedenis

HERINNERINGEN AAN EEN VER VERLEDEN

(Deze tekst werd in 1981 geschreven door mevrouw Alice Lebeau.)

In september 1931 besloot het Borgerhoutse gemeentebestuur een instelling Middelbaar Onderwijs voor meisjes op te richten samen met een Gemeentelijk Atheneum voor jongens. Het Atheneum – met leraars uit het K.A. (Antwerpen) verdween na slechts één jaar bestaan, maar de twee klassen van het ‘Middelbaar’ voor meisjes werden nog met een derde jaar aangevuld.

Zo bestond er reeds in 1932 een volledige Lagere Cyclus Middelbaar Onderwijs. Het geheel kwam onder de leiding van Mevrouw Masui, directrice van het Gemeentelijk Instituut (Leningstraat), waarin ook de middelbare klassen werden ondergebracht.

Twee leraressen: Mej. G. Bogaert (overleden 1967) – later de onvolprezen directrice van de school – en Mej. M. De Rop (1946 – directrice Gemeentelijk Instituut Leningstraat) kregen de taak ieder een klas te besturen en tevens hun eigen gespecialiseerde vakken te onderwijzen. Ze deden dat met veel dynamisme, laaiend enthousiasme en zeker nog met meer toewijding.

Centraal stonden altijd de leerlingen – en dat is immer zo gebleven. Verscheidene leraressen en leraars vulden het kader aan en onder hen, toen reeds, een leraar voor Latijn.

De eerste leerlingen waren meisjes die al een vierde graad opleiding hadden genoten en wensten een diploma M.O. te halen als voorbereiding op een beroep of op voortgezette studie. Zij waren de eersten en zijn tot op heden nog steeds hun school trouw gebleven. Dat bewijst hun talrijke opkomst, ieder jaar, op de oudleerlingenavond. Zij zitten steeds aan dezelfde tafel, wachtend op elkaar en genietend van het heerlijke samenzijn, haast een halve eeuw na het schoolverlaten.

Zo was het Middelbaar dan terechtgekomen te midden van de Borgerhoutse gemeentescholen met hun talrijke klassen en massa’s leerlingen. De schooldagen waren lang: van 8 tot 12 en van 2 tot 5 of 6, met één vrije namiddag, veel minder verlof dan nu en het verbod tijdens de vrije uren de school te verlaten!

Men had echter in die tijd geen probleem van vrijetijdsbesteding, alhoewel de T.V. niet bestond, radio’s heel schaars waren en zeldzame, gelukkige stervelingen een wagen bezaten!

Er werd misschien heel wat meer gelezen in die tijd en ook het ontspanningsleven in de gemeente zelf leek wel héél wat intenser te zijn dan nu.

Aanwezigheid op de officiële plechtigheden was voor onderwijzend personeel en leerlingen een ‘must’. Op 11 november toog men in stoet naar het Gemeentelijk kerkhof (Silsburg) voor hulde aan de gesneuvelden. Met de zomertijd kwamen de diverse parochieprocessies, vol waaiende vaandels en fladderende banieren; de 21-juli stoet met zeer ernstig kijkende functionarissen, schetterend koper en plechtige marsen. De kledij was aangepast: deftig-zwart voor de dames en stijve ‘jacquette’ voor de heren.

‘s Anderendaags – 22 juli – bracht de kroon op het werk: de plechtige prijsuitreiking, steeds in Ciné Roma. Honderden kinderen uit de meeste Borgerhoutse gemeentescholen, tientallen onderwijzers en onderwijzeressen kon men dan in volle actie zien.

Het Middelbaar was natuurlijk – soms willens nillens – daarin betrokken en schraagde meestal het hele toneelstuk. In de vroege morgenuren duikelde men de kleedkamers (kelders) binnen, en het daglicht was reeds lang verzwonden eer het laatste toneelattribuutje zijn juiste weg gevonden had. Er werden daar grandioze toneelstukken opgevoerd, met een talrijke rolbezetting, die maandenlange repetities vergden!

Het was toen ook de tijd van de massale openluchtuitvoeringen der cantates van Peter Benoit. Machtige stellages werden voor het enig-mooie gemeentehuis opgetimmerd, frisse kinderstemmen weerklonken in de zoele zomerbries en daarover goot de beiaard zijn sprankelende tonen uit! In de euforie der vroege dertiger jaren – spijts hard werk en weinig vrije tijd – scheen het toch immer zomer en zonnig weer te zijn! ‘Als alles wat héél ver is en héél schoon’.

1936 bracht een verdere zelfstandige uitbouw van de school, met een Handelsafdeling (twee jaar), àl de klassen nu onder één directie: Mej. G. Bogaert.

Toch kwam de dreiging van een nakende oorlog reeds aanzetten en in de vroege morgenuren van 10 mei 1940 liepen wenende meisjes de school binnen. Zij waren diezelfde morgen reeds met de verschrikkingen van de oorlog geconfronteerd en hadden doden en gekwetsten langs hun weg gezien – tragisch resultaat van een luchtaanval!

Na enkele weken ging het gewone schoolleven zijn gang, alhoewel er een nijpend tekort was aan voedsel, kleding en verwarming. Soms viel die helemaal uit, en in de grote klaslokalen, waar het ijs in de emmers stond, dartelden de meisjes versteven in hun winterjassen rond, om zich toch wat te verwarmen.

Dikwijls was er luchtalarm, en onder het geloei van de sirenen allemaal de kelders in. Spijts alles, ging het daar soms gemoedelijk aan toe, al dreunden de felle bominslagen op Mortsel – Oude God (april 1943) doorheen de machtige gewelven. Af en toe werden daar nog lessen overhoord en was er ook de tijd voor een nadere verklaring – zelfs voor een hartig woordje over kunst en literatuur….

Bij de bedeling van de rantsoenerings- en andere zegels was het leraarskorps ook actief betrokken en enkele leerlingen waren hen hierbij behulpzaam. Waar, voor de oorlog reeds, de schoolreizen naar het buitenland gingen (Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk en Zwitserland) zo beperkten zij zich nu tot ‘s Gravenwezel, het Peerdsbos en, in het laatste oorlogsjaar tot het zonovergoten speelplein op school.

De bevrijding (september 1944) bracht in de late herfst van dat jaar ook de aanvallen met vliegende bommen op Antwerpen. Nog onderwijzen was totaal uitgesloten. Vele schoolkinderen, leraars en hun gezinnen werden naar het Kortrijkse geëvacueerd, waar gezonde lucht, ongestoorde nachtrust en sterke kost menig verzwakt kind versterkten.

In mei 1945 (einde van de oorlog) was iedereen weer op post te Borgerhout en kon het normale schoolleven terug aanvangen. De oude klaslokalen werden gepoetst en geboend, vensterruiten gezeemd, schoolbanken en boeken aangesleurd. Het was een heerlijk herbeginnen na zoveel oorlogsleed en miserie allerhande.

Er werd zeer hard gewerkt en alras bleek het noodzakelijk een vijfde jaar op te richten als voorbereiding op Regentaten en Sociale Scholen. Buiten het quasi normale lesrooster – met extra zorg voor het taalonderwijs – werd er ook kunstgeschiedenis en kinderpsychologie onderwezen, alsook enkele huishoudelijke vakken. De school trad nu ook, meer dan vroeger, zelfstandig naar buiten en telde veel leerlingen.

Eenvoudig en bescheiden, zoals haar leiding, typeerde zij zich toch altijd door een zekere distinctie. Publieke optredens bij diverse feestvieringen en prijsuitreikingen waren steeds wars van alle ‘show’, maar ook steeds verzorgd en keurig afgewerkt. Weer kwamen buitenlandse reizen aan bod, ditmaal ook naar Engeland en zelfs Italië.

Eindelijk kreeg de instelling haar eigen school!! Dat was in 1954. In de Generaal de Wetstraat betrok zij het sierlijke gebouw waarin voorheen de belastingkantoren huisden. Helemaal hersteld, geschilderd en opgepoetst, straalde het weer in zijn oorspronkelijke schoonheid.

Op het einde van de jaren ‘50 begon men wel de noodzaak in te zien om volledig Middelbaar Onderwijs op te richten. Het vijfde jaar, met zijn deels vrijelijk gekozen – maar toch zeer degelijk programma – voldeed niet meer aan de vereisten van het Ministerie voor Onderwijs, en in plaats daarvan werd dan volledig Middelbaar Onderwijs (met Economische afdeling) opgericht. De school kreeg toen de naam die ze nu nog draagt: GEMEENTELIJK LYCEUM. Een pleiade van dames en heren licentiaten kwam het bestaande leraarskorps aanvullen en samen besteedden ze hun beste krachten aan de opleiding en de opvoeding van de leerlingen, in dit bij uitstek Borgerhouts instituut.

In juni 1963 ontvingen een twintigtal meisjes hun einddiploma van volledig Middelbaar Onderwijs. In 1965 startte men met de bekwaamheidsdiploma’s zodat de meisjes alle studierichtingen uit konden. Ook het Hoger Onderwijs en de Universiteit – met alle faculteiten – was voor hen bereikbaar geworden.

Een nieuwe bloeiperiode brak aan voor het Gemeentelijk Lyceum.

Een oud-lerares.

EN WAT IS ER SINDS 1963 ZOAL GEBEURD?

(deze tekst verscheen in het programmaboekje dat werd gemaakt n.a.v. de viering ‘LYCEUM 50 JAAR’ in mei 1982)

De omnivalentie der humanioradiploma’s en het invoeren van het bekwaamheidsdiploma bracht mee dat er in de twee hoogste jaren de keuzevakken Steno-Dactylo, Latijn, of extra Wiskunde ingevoerd werden. Dat is zo gebleven tot op heden, ook na de drastische verlaging van het aantal lesuren van 36 op 32 uren. En zelfs na de oprichting van de Wetenschappelijke B, die daardoor praktisch een keuze-leerplan Wiskunde van de Wetenschappelijke A kreeg.

De keuze Engels tweede taal werd voor het eerst in heel het Vlaamse land (!) ingevoerd in het Lyceum in 1967.

In september 1975 werd het onderwijs geleidelijk gemengd. Momenteel is dat tot 50% van de leerlingen opgelopen!

En in ons jubileumjaar zijn we met het V.S.O. gestart.

De oude geest van toewijding en hard werken leeft verder bij het personeel, nu niet meer om groots opgezette feestelijkheden te organiseren, maar wel om o.m. voor en na de lessen uitleg te geven aan de leerlingen die erom vragen. Behalve de jaarlijkse buitenlandse reizen, staan er ook nog week-ends naar Brecht en naar de zee op het programma. Natuurlijk zijn er gedurende het hele schooljaar pedagogische uitstappen als aanvulling van de lessen.

De uitrusting van de vaklokalen heeft gelijke tred gehouden met de vlucht die de techniek in de maatschappij genomen heeft: van video-recorder tot programmeerbare rekenmachines.

De referentiebibliotheek is één van de drukst bezochte lokalen.

De stijl van de school is veranderd: minder vormelijk maar uitgesproken vriendelijk.

En voor ons JUBILEUM is de witte gevel onder de zwarte stadsbezoedeling vandaan gehaald en we hebben een heus park voor de deur gekregen …. met een schooltuintje!

EN NA 1983?

‘Een kleine school was ooit een gelukkige school’ – een tekst van Martine Verstraten.

Vanaf 1983 wordt de school n.a.v. de fusie het STEDELIJK LYCEUM , deelinstelling van het SHIM (Stedelijk Handelsinstituut), Vuurkruisenlaan, Merksem

In februari 1999 wordt een andere toekomst uitgetekend voor onze secundaire school in hartje Borgerhout: sluiting van het lyceum en oprichting en verdere ontwikkeling van de topsport-school (eerst in Merksem, maar intussen ook weer losgekoppeld en nu gevestigd in Wilrijk).

De gehechtheid van ouders, leerlingen en leerkrachten aan de school hebben er echter toe bijgedragen dat, na beslissing van de inrichtende macht, de middenschool alsnog nieuwe kansen krijgt.

In september 2000 komen onthaalklassen voor Anderstalige Nieuwkomers de middenschool vervoegen.

Vanaf september 2001 wordt de A-stroom van de middenschool aangevuld met een B-klasje.

Nu (september 2008) zijn er geruchten dat er in de gebouwen een Steinerschool zou komen …